Reactie op massaal aantal zienswijzen gepubliceerd

Een dag na haar bezoek aan Bathmen heeft de minister van I&M haar handtekening gezet onder de reactie van het ministerie op de ruim 1500 ingediende zienswijzen over de m.e.r.-procedure voor de goederenroutering Oost-Nederland. Er is veel verzet. Maar veel zienswijzen worden afgedaan met een algemeen antwoord. Op een paar punten wordt de startnotitie voor de m.e.r.-procedure aangepast. Gezondheidsaspecten worden toegevoegd aan het onderzoek. En de prognoses zijn 'verduidelijkt'. Wat levert dit in totaal op? En geldt voor de minister ook: 'meten is weten'?

  • De definitieve startnotitie Reikwijdte en Detailniveau is hier te lezen
  • De gebundelde zienswijzen en de reacties van het ministerie daarop zijn hier te lezen

Het m.e.r.-onderzoek naar de spoorbogen gaat gewoon door, maar wel met nieuwe inzichten. Dat schreeft de minister in een brief aan de Tweede Kamer. naar aanleiding van de resultaten van onderzoeken waar zij onder druk van de Tweede Kamer opdracht toe gaf. Geldt nu ook voor de ingediende zienswijzen dat die tot 'nieuwe inzichten' aanleiding geven en het ministerie ertoe brengt om de plannen aan te passen?

Op 3 augustus is de reactie van de minister gepubliceerd. Maar de oogst blijkt hier zeer beperkt.

 

Afslag BathmenOp een paar punten zijn wijzigingen aangebracht in de definitieve startnotitie ten opzichte van het ontwerp. Door diverse 'insprekers' is aandacht gevraagd voor de effecten van de verbreding van de snelweg A1 naast die van de GON-plannen. In de reactie zegt het ministerie nu de "gecombineerde effecten" mee te nemen. De tekst van de notitie is aangepast met enkele opmerkingen over de cumulatieve effecten, zonder de A1 hierbij overigens te noemen.

 

De presentatie van de prognose van aantallen treinen op de verschillende trajecten vond het ministerie bij nader inzien niet erg duidelijk. Een tabel in de notitie is daarom aangepast, en nu blijken de getallen zónder uitvoering van PHS ineens veel lager uit te vallen. Stond in de oorspronkelijke tabel dat er in 2020 zonder PHS 48 tot 76 goederentreinen rijden, nu zijn dat er maar 16 tot 18. Dat noemt het ministerie in haar reactie dan "een verduidelijking van de prognoses".

 

Ook op een ander punt was een verduidelijking nodig. Gaat het nu in de plannen om 2 treinen per uur, of twee extra treinen? Het blijkt volgens het ministerie wel degelijk om extra treinen te gaan. "Bij de variant via de Twentelijn is bij 2 goederenpaden dus totaal sprake van 3 goederenpaden/uur/richting, omdat daar ook in de referentiesituatie (en momenteel) reeds 1 goederenpad in gebruik is", aldus het ministerie. Ronduit verbazend dat over zo'n kernpunt in de oorspronkelijke notitie onduidelijkheid kon bestaan.

Overigens heeft de minister inmiddels laten weten dat het niet meer om twee extra treinen gaat, maar om één.

 

Niet alleen indieners van zienswijzen, maar ook de commissie voor de m.e.r. tikten de minister gevoelig op de vingers over het feit dat in een milieu-effect-rapportage geen aandacht was voor de gezondheidsaspecten. "In de ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau was dit niet meegenomen", bekent het ministerie met het schaamrood op de kaken. "Op basis van de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage is dit onderzoeksaspect toegevoegd aan de Notitie." Er zal nu een 'gezondheidseffectsscreening' (GES) worden uitgevoerd. Die richt zich specifiek op de gezondheidseffecten als gevolg van blootstelling aan geluid (met name op effecten voor 'ernstig gehinderden' en op 'ernstige slaapverstoring'), verslechtering van de luchtkwaliteit en toename van risico's als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

 

Kopmaken in Deventer blijkt niet alleen in een van de vier varianten voor de afwikkeling van de extra goederentreinen voor te komen, maar ook in de huidige situatie, die als referentie moet dienen. Het ministerie moet nu concluderen dat het toch "niet voldoende duidelijk beschreven staat" dat er een groot verschil tussen beide situaties is. "Het kopmaken in de referentiesituatie is aanzienlijk beperkter in omvang en gebruik dan het kopmaken als variant", stelt het ministerie nu. Sterker nog, in de variant waarbij de treinen in Deventer kopmaken in plaats van via een nieuwe spoorboog bij Bathmen te rijden, moet er een extra stuk spoor worden aangelegd, en "dit kan op het bestaande emplacement zijn, maar het kan ook elders langs het bestaande spoor nabij Deventer," zegt het ministerie nu. En dat laatste is nieuws.

 

'Meten is weten' is een gezegde dat door de minister liever niet in de praktijk wordt gebracht. De overlast van het geluid en van trillingen zullen niet gemeten worden, zo deelt de minister mee. Er wordt niet gewerkt "op basis van metingen, maar uitsluitend op basis van berekeningen. Er zal dus geen nulmeting plaatsvinden".

 

Verder leiden de ruim 1500 ingediende zienswijzen bij het ministerie tot reacties die uiteenlopen van ontwijkende antwoorden en weinig adequate verwijzingen naar algemene teksten tot een sporadisch verhelderend antwoord. Zo wordt haast terloops gemeld dat er in de m.e.r. weliswaar keurig de vier varianten voor de afwikkeling van het goederenvervoer tussen Zutphen en Hengelo "naast elkaar worden gezet", maar: "zónder toekenning van gewichten". Waar het zwaarste gewicht aan zal worden toegekend (aantallen getroffen burgers? kosten? extra te rijden kilometers? ...), zal daarna pas gebeuren. "Een 'weging' van de effecten en/of van de varianten geschiedt pas na gereedkoming van het MER", stelt het ministerie.

Door wie? "Door de besluitvormers."

Bathmen, let op uw zaak!

 

Lees ook: De Stentor: Minister frustreert Bathmen