Debat Basisnet Spoor

De Tweede Kamer besprak op woensdag 6 juni en in vervolg daarop donderdag 14 juni een wetsvoorstel (Kamerdossier 32862) tot wijziging van de wet Vervoer gevaarlijke stoffen. Het gaat hier onder andere om een regeling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor ('Basisnet Spoor').

Wiegman(CU)De Goederenroutering Oost-Nederland (GON) zou gebruikmaken van "een kortere en veiliger route". Maar, vroeg Kamerlid Wiegman (CU) zich af, "wat zijn de cijfers daarover dan? Zijn er wel cijfers die die bewering staven? En wat zijn de cijfers in dit verband over de alternatieven, het rijden over Duitsland? Zo kan ik dit niet afwegen. Bovendien zegt de minister dat hierover al 'bestuurlijke afspraken' zijn gemaakt, maar in een brief aan de minister zegt de provincie Overijssel precies het tegenovergestelde." Wiegman zei dat de minister de extra risico's van spoorwegovergangen "niet significant" (dus erg klein) vindt en daar niets mee doet, maar Wiegman waarschuwde dat vele kleine risico's samen ook een grote vormen, en wees er daarbij op dat het in Oost-Nederland alleen al om 111 spoorwegovergangen gaat.

Haverkamp-CDACDA-spoorwoordvoerder Haverkamp vindt het voorgestelde wetsvoorstel over het Basisnet Spoor vooral een "papieren werkelijkheid" scheppen. "Dit wetsvoorstel maakt het spoor niet veiliger." Veel spooremplacementen vallen bijvoorbeeld niet eens onder de werking van deze wet, terwijl hier wel een groot deel van de risico's worden gelopen, stelde hij. Toen de minister antwoordde dat de emplacementen niet onder haar bevoegdheid vallen maar een gemeentelijke aangelegenheid zijn, werd dit door verschillende Kamerleden gezien als het te makkelijk verschuiven van een probleem.
Haverkamp vroeg ook zich af waarom er bij het luchtverkeer bijna á la minute inzicht is in gelopen risico's, terwijl het bij het spoorvervoer (veel te) lang wachten is op 'kwartaalrapportages'. In het vervolgdebat noemde Haverkamp het wetsvoorstel "een half ei". Hij wilde de werking ervan limiteren tot 2020, en de minister opdragen om in de tussentijd met beter werk (lees: een nieuw wetsvoorstel voor na 2020) te komen.

Ter sprake kwamen vooral de begrippen 'groepsrisico' en 'plaatsgebonden risico', voor de mensen die langs het spoor wonen tamelijk cynische omschrijvingen van de in statistische getallen uitgedrukte kans dat ze bij een spoorongeluk in hun buurt het leven laten. VanVeldhoven(D66)Lachend zei de minister dat ze vanwege de moeilijk uit te leggen betekenis ervan, blij was dat ze niet zelf die getallen hoefde uit te rekenen.
Het leven is nu eenmaal niet zonder risico's, en garanties zijn dus niet te geven, betoogde Kamerlid Van Veldhoven (D66). Maar we gaan het niet aan de minister overlaten om in haar eentje de 'plafonds' (de grenzen aan die risico's die niet overschreden mogen worden) te bepalen, dat is te belangrijk om zich aan democratische controle te onttrekken, zei zij. Instemming van het parlement is daarvoor minimaal nodig. "We moeten de minister hierin niet de vrije hand geven", zei ook CU-fractielid Wiegmans.

Zitten er in de manier waarop de minister met die 'groepsrisico's' omgaat wel prikkels om die risico's stelselmatig te verlagen, vroeg PvdA-Kamerlid Dikkers(PvdA)Dikkers zich af. "Voor geluidsplafonds zijn er ook geen prikkels voor verlagen, nee, ze zijn zo vastgesteld dat er volgens de minister "nog groei mogelijk is", en dat is toch echt het omgekeerde," zei Dikkers. "En kunnen mensen nu wel wéten wat voor risico's ze lopen? De registratie daarvan is heel slecht geregeld." Dikkers wees ook op het open eind van het wetsvoostel: er zijn plafonds, maar als het nodig is doordat die plafonds bereikt worden (lees: een forse toename vergeleken met nu, gezien de 'ruimte' die er nog in zit), dan is er (volgens de minister) de noodzaak om de plafonds te verhogen, en zullen er weer 'nieuwe maatregelen' moeten worden getroffen om die verhoging mogelijk te Jansen(SP)maken.

Dikkers pleitte voor verplichte maatregelen om bijvoorbeeld wagons en de volgorde waarin die rijden veiliger te maken. Ook Paulus Jansen (SP) wilde 'goed gedrag' van vervoerders afdwingen, door bijvoorbeeld te belonen met lagere tarieven. De minister ontraadde elk amendement in die richting, en gunde zo de spoorvervoerders maximale vrijheid.

Aptroot(VVD)Een heel andere invalshoek dan de andere Kamerleden koos VVD-woordvoerder Aptroot. Hij sprak vooral over zijn zorgen bij het spoor ten aanzien van de mogelijkheden voor de vervoerders. "Bij groei komt nu het goederenvervoer in de knel, en met Basisnet wordt dat nog erger. Blijft er voldoende capaciteit tot 2020 voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die nodig zijn voor de productieprocessen in Nederland?" Hij wil niet laten rijden over spoor dat daar niet geschikt voor is. Hij pleit dan ook onomwonden voor het aanleggen van een Noordtak van de Betuweroute, speciaal voor goederenvervoer. In het vervolgdebat zei Aptroot letterlijk: "De minister wil zoveel mogelijk omleiden via de Betuweroute. Dat is uiteraard OK. Maar het is niet acceptabel dat er op allerlei toeleidende trajecten problemen ontstaan. Niet alleen vanuit deze wet Basisnet [met het oog op vervoer gevaarlijke stoffen - red]. Maar ook in het PHS. In de Randstad beter rijden is goed, maar niet daardoor in Oost-Nederland allemaal goederentreinen door allerlei dorpen en stadjes laten denderen!"

DeMos(PVV)PVV-Kamerlid De Mos zei dat het met de economische aspecten wel snor zit. "Maar hoe zit het met de veiligheid?" Daarbij verwees hij naar een aantal recente incidenten, en vroeg om een overzicht daarvan en hoe daartegen wordt opgetreden.

In haar eerste beantwoording wuifde de minister de meeste bezwaren weg. "Het vervoer is nu eenmaal nodig voor de productie van kunststoffen en geneesmiddelen. Basisnet zorgt ervoor dat ten aanzien van de risico's van dat transport grenzen gesteld worden. Zonder dit wetsvoorstel zou dat niet het geval zijn." Haverkamp stelde dat dit voorstel niet beoogt om de vervoersruimte beperkt te houden, maar om plafonds vast te stellen die juist nog ruimte laten voor groei. De minister erkende dat de ruimte totaan de vastgestelde plafonds volledig gebruikt mag worden.

SchultzvanHaegen(VVD)Het Kamerdebat kenmerkt zich vooral als een wedstrijd (een "clash" noemde Kamerlid Wiegman het op een gegeven moment) tussen de minister, die op alle fronten maximale vrijheid voor zichzelf en de vervoerders claimt, met zo hoog mogelijke plafonds, zo veel mogelijk vrijheid bij het vaststellen daarvan, en de Kamer die zich niet zonder meer buitenspel wil laten zetten en zich niet de instrumenten om ongebreidelde groei tegen te gaan en ongewenste maatregelen te blokkeren uit handen wil laten slaan.

Inmiddels is het wetsvoorstel, voorzien van een aantal amendementen, aangenomen in de Tweede Kamer, en nu in behandeling bij de Eerste Kamer.
Intussen houden de aanwonenden van de spoorroutes waarop volgens dit wetsvoorstel de aantallen goederenwagons met gevaarlijke en andere stoffen de komende jaren in aantallen mogen toenemen, hun hart vast.