Artikelen

Bathmen ontstemd over consultatienota ministerie

Bathmen heeft reikhalzend uitgekeken naar het weerwoord van staatssecretaris Mansveld op de duizenden ingediende reacties op de plannen voor het spoorgoederenvervoer. Dat is er nu, en het resultaat is ontluisterend. Gelukkig geeft een onderzoeksrapport van het Havenbedrijf Rotterdam, samen met de provinciebesturen van Overijssel en Gelderland, zicht op de levensvatbaarheid van een realistisch alternatief: een goederenspoor langs de A18/N18. Maar Mansvelds ministerie sluit ogen en oren voor aanzwellende kritiek.

 

Hoezeer het ministerie verstrikt zit in haar eigen waarheden blijkt zonneklaar uit de ‘Consultatienota’ die het schreef naar aanleiding van de vele ingediende bezwaren. Veel daarvan, maar niet alle, worden in dat boekje kort beschreven. Illustratief voor het niveau van de nota is dat niet eens bij alle kritiek een weerwoord wordt gegeven, en waar dat wel gebeurt is dat nauwelijks adequaat te noemen en grossiert de nota in open deuren en dooddoeners.

Zo wordt bij een aantal inhoudelijke kritiekpunten op het MER-rapport volstaan met de opmerking dat er nu “in de aanvulling op het MER aandacht aan is besteed”. Dat in die aanvulling voor veel van de ingebrachte bezwaren geen bevredigende oplossing werd geboden, lijkt het ministerie zo fijntjes buiten beeld te willen houden. Terwijl dat juist een van de hoofdpunten van kritiek was in de vele duizenden reacties op die aanvulling. Was er na de daverende kritiek op het MER-rapport en hoe daarmee naar de betrokkenen werd omgegaan, weinig verandering en verbetering te bespeuren toen een “aanvulling op het MER” verscheen – al  koketteert het ministerie nog wel handig met de opmerkingen vanuit een aantal bestuurlijke instanties dat er nu tenminste iets toegelicht werd in de aanvulling, wat eigenlijk al in de eerste versie had moeten staan – dan is er nu het derde deel in deze trilogie van halve waarheden en hele verdraaiingen verschenen, stelt de BVB vast.

 

ConsultatienotaPijnlijk wordt het zelfs wanneer het ministerie in de Consultatienota de rol bespreekt van de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r., die als wettelijke taak heeft alle MER-rapporten te beoordelen. Velen wezen in hun reacties op het feit dat deze commissie tot tweemaal toe – bij het begin van de m.e.r.-procedure en na het verschijnen van de eerste versie van de MER – zware kritiek heeft geuit. Desondanks vindt de staatssecretaris het nu niet nodig de commissie om een oordeel te vragen of in de nieuwe versie van de MER, de ‘aanvulling’, in voldoende mate aan de kritiek is tegemoetgekomen. “Aangezien de Aanvulling juist wordt gemaakt op basis van de adviezen van de Commissie voor de m.e.r. is er geen noodzaak om de Commissie hierover wederom om advies te vragen,” aldus de staatssecretaris in de Consultatienota. Nog los van deze kromme redenering: daarmee kiest ze té makkelijk voor de weg van de minste weerstand, vindt de BVB, en het getuigt van slecht bestuur om de commissie niet tenminste de kans te geven om te controleren of aan de forse kritiek nu inderdaad in voldoende mate is tegemoetgekomen door het ministerie.

 

Op vragen waarop het ministerie nu geen antwoord kan of wil geven, wordt volstaan met de opmerking dat dit later nog wel zal worden uitgezocht, wanneer een “diepgaander onderzoek” zal worden gedaan. De Consultatienota is doorspekt met termen als “geen garanties”, “worden later nader onderzocht”, “staat niet ter discussie”, “worden niet onderzocht” en onbewezen aannames als “verwacht wordt dat…”. “Onzekerheden” worden nu niet onderzocht want dat zou voor de huidige keuze toch geen verschil maken. In weerwil van wat nu al feitelijk geconstateerd wordt, onder andere  bij spooraanwonenden in Hengelo, wordt “schade als gevolg van trillingen niet verwacht”, en wordt er “geen budget gereserveerd” voor het opheffen of voorkomen van trillingsschade. Gerechtvaardigde kritiek op de ontoereikende vergelijkingsmethodiek in het MER-rapport wordt onder tafel geveegd.

 

De Consultatienota en de houding van het ministerie doen naar de mening van de BVB nauwelijks recht aan de grote hoeveelheid bezwaren en kritiek die naar voren is gebracht door overheden, instanties en burgers, en zeker niet aan het gegronde verzet van enorm veel inwoners van Bathmen.

De BVB roept de betrokken politici op om zich op de hoogte te stellen van de kortzichtige wijze waarop vanuit het ministerie met dit dossier wordt omgegaan, en de staatssecretaris te bewegen de andere weg in te slaan, te weten die van een werkelijk toekomstvaste oplossing voor het spoorgoederenvervoer in Oost-Nederland: de goederenlijn door de Achterhoek die – in tegenstelling tot het huidige plan dat maar voor pakweg twintig jaar een ‘oplossing’ met vele nadelen biedt –  een goede oplossing is ook voor vele tientallen jaren daarna.

 

--> Lees hier het volledige commentaar op de Consultatienota dat de BVB aan de Tweede Kamer zond.