Artikelen

Zware kritiek op MER

De mogelijke spoorplannen voor Bathmen (meer goederentreinen over het bestaande spoor of een geheel nieuw stuk spoor langs Bathmen) zijn een nieuwe fase ingegaan. Nu is er een MilieuEffectRapport (MER) over de plannen, waarin de rijksoverheid beschrijft welke milieugevolgen de plannen hebben. Die zijn niet mis, ondanks dat er in het rapport beweerd wordt dat het wel zal meevallen. Ook daarom is er zware kritiek op het rapport. De Commissie voor de m.e.r. (deskundigen) is zeer kritisch. Bathmen zegt 33x NEE, RONA somt een waslijst aan bezwaren op, en ook is er vernietigende kritiek van de provincie Overijssel en de gemeente Deventer. Het MER kan de prullenbak in, is de strekking, en dit rapport kan en mag niet als grondslag dienen voor een beslissing van het rijk eind dit jaar over het spoortracé.

Het MER-rapport is een enorme stapel onderzoeksrapporten en bijlagen, die wordt samengevat in het 'hoofdrapport' van 178 pagina's. Het rapport is suggestief, biedt een onevenwichtige representatie van relevante gegevens en is op sommige punten geheel onjuist. Zie voor een voorbeeld daarvan hier onderaan.

Op de informatieavond van het ministerie van I&M en ProRail op 27 juni 2013 in Bathmen werd het ministerie namens de verzamelde Battummers het pamflet 'Bathmen zegt 33x NEE' aangeboden. Lees de uitgebreide tekst van deze kritiek op het MER en op de plannen voor de goederentreinen.

De provincie Overijssel is als bestuurlijke partij bij de plannen betrokken. Ondanks dat het ministerie steeds wijst op het door I&M gevoerde goede 'bestuurlijke overleg met de regio' levert de zienswijze van de provincie felle kritiek op de inhoud van het MER. Dit kan zo echt niet door de beugel, en dit rapport levert een volstrekt onvoldoende basis voor een beslissing over de route die de extra goederentreinen moeten gaan afleggen, blijkt uit de reactie van de provincie.
In de zienswijze van de gemeente Deventer sluit het gemeentebestuur daarbij aan, en zij voegt er een eveneens zeer kritisch rapport van de GGD IJsselland aan toe.

De Commissie voor de m.e.r., een instituut waarin deskundigen zetelen, dat de wettelijke plicht heeft om over elk MER-rapport dat het licht ziet een advies uit te brengen, is niet mals in haar kritiek (lees hier het toetsingsrapport). Dat was ook niet te verwachten omdat deze commissie al bij de start van de m.e.r.-procedure kritiek en waarschuwingen had laten horen, die door de minister van I&M echter in de wind werden geslagen.

RONA pakte ook uit met een groot aantal kritiekpunten. Een daarvan is dat het MER een zeer onvolledig beeld geeft van de problematiek; om een gefundeerde beslissing te kunnen nemen zou de gehele route van de goederentreinen in ogenschouw moeten worden genomen in plaats van slechts een klein stukje daarvan, zoals nu in dit 'MER 1e fase' is gebeurd.

ZienswijzenTerPostNaast kritiek van 'officiële zijde' gaven ook veel particulieren hun zienswijze. Volgens de door de overheid ingestelde spelregels mocht er tot 8 juli alleen gereageerd worden op de kwaliteit van het MER-rapport over de milieugevolgen, maar velen gaven ook lucht aan hun ongenoegen over de spoorplannen zelf. Ruim binnen de termijn bezorgde de BVB 1302 in het Zienswijzen-café verzamelde zienswijzen bij de post (foto), en met de nadien nog nagestuurde reacties is het totaal op maar liefst 1346 zienswijzen gekomen. Daarnaast stuurden velen hun zienswijze rechtstreeks naar het ministerie, per post of e-mail.
Velen wezen op het feit dat de leefbaarheid van Bathmen zwaar onder druk komt te staan als gevolg van de onvoldoende gefundeerde spoorplannen, en op de tekortkomingen van het MER-rapport. Veel kritiek is er ook op de wijze waarop de vier routevarianten waaruit gekozen moet worden schijnbaar objectief, maar in feite buitengewoon suggestief en gemanipuleerd 'vergeleken' worden. Daarbij wordt het gebruikmaken van onjuiste 'gegevens' niet geschuwd.
Een voorbeeld van dat laatste wordt getoond door ir. Piet Rademakers uit Bathmen, die onderzocht hoe betrouwbaar de gegevens over het energiegebruik van de goederentreinen in het MER zijn. De uitkomst is onthutsend. Lees hier zijn kritiek.

Het rapport is geen échte MER (die zal later worden geschreven en wordt 'MER 2e fase' genoemd), omdat veel relevante gegevens nog ontbreken. In feite wordt het MER-vehikel gebruikt om de suggestie te wekken dat er op rationele gronden een beslissing over de keuze van de vier varianten wordt genomen. Misschien is 'misbruikt' een betere kwalificatie.