Artikelen

Spoorboog exit? Van Heijst zegt weer helemaal niks

Op dit moment is er geen geld voor het aanleggen van een spoorboog bij Bathmen, of voor het opwaarderen van de Twentekanaallijn. Dus zou van de vier varianten waaruit de minister moet kiezen alleen nog die overblijven, waarbij de goederentreinen vanaf Zutphen het emplacement in Deventer oprijden en daar van rijrichting veranderen ('kopmaken') en dan verder rijden naar Oldenzaal, en omgekeerd.
Of niet? Het ministerie heeft weer eens geen behoefte hierover te communiceren.

Het wordt niet expliciet gezegd dat een spoorboog exit is, door projectleider voor de goederenroutering Oost-Nederland (GON), ir. Frank van Heijst. Integendeel, Van Heijst houdt - hoogstwaarschijnlijk tegen beter weten in - nog steeds vast aan de vier varianten waaruit de minister kan kiezen. In werkelijkheid moet het mes in het budget voor GON en, laat hij doorschemeren, dan is de kans groot dat er voor een spoorboog geen financiële ruimte meer is. Tenzij... er nog geld uit de hoge hoed van de minister komt.
Daarmee zou de minister dan wel lijnrecht ingaan tegen een Kamerbrede wens die spoorboog te schrappen.

Ook binnen de gemeente Deventer wordt er nu van uitgegaan dat Deventer in de plannen van het ministerie te maken gaat krijgen met het 'kopmaken' van vele tientallen goederentreinen per dag. De gemeente zit dus met de handen in het haar.

"lijstje"

Op een gezamenlijke bijeenkomst van leden van Provinciale Staten van Overijssel en van Gelderland, op 27 Van Heijstfebruari in Zutphen, waarbij ook de dagbladpers aanwezig was, zou Van Heijst uiteenzetten waar het heengaat met GON nu er het ministerie forse bezuinigingen boven het hoofd hangen. Toch kwam er op de meest voor de hand liggende vragen geen, of een mistig antwoord.

Het ministerie heeft eerder aangegeven dat er op GON 300 miljoen euro bezuinigd moet worden, maar op de vraag wáárop dan precies zei Van Heijst dat hij "wel een lijstje heeft", maar dat niet zal prijsgeven. De besparing zou komen doordat er van de twee geplande treinpaden één wordt geschrapt. Onduidelijk is waar precies dat geld uit de plannen wordt gehaald: minder infrastructuur, of (ook) nóg minder geld voor compenserende maatregelen? Het ministerie laat ons raden. Van Heijst is er een meester in om te doen alsof hij informatie overdraagt, terwijl hij in werkelijkheid zijn kaarten strak tegen de borst houdt.
De boodschap dat er maar één in plaats van twee extra treinpaden zullen worden gepland, betekent voor het vervoer over het traject Deventer - Oldenzaal bepaald niet dat het er rustiger wordt: deze extra vervoersstroom (van en naar Zutphen en verder) komt bovenop de huidige (van en naar Apeldoorn en verder), wat het aantal goederentreinen op dit traject kan doen oplopen tot 72 per etmaal, dag en - vooral - nacht. Volgens Van Heijst is dat geen probleem: het kan nu al binnen de bestaande (!) overlastnormen. Met 'stillere' treinen en door op kortere afstand van elkaar te rijden, door een beter beveiligingssysteem (ERTMS), kunnen er straks binnen dezelfde normen zelfs nóg meer treinen gaan rijden.
Nu de economie en de vervoersprognoses wat tegenvallen (wie dacht dat dat voor de plannenmakers een reden moest zijn om een streep door deze onzalige plannen te zetten, komt van een koude kermis thuis), valt het volgens Van Heijst voorlopig allemaal nog wel mee: er zullen wel wat minder treinen gaan rijden dan het maximum haalbare. Maar intussen creëert hij voor zichzelf en zijn plannenmakers nog steeds maximale armslag om op ieder gewenst moment alsnog voor het volle pond te gaan. En wie zegt dat dat niet zal gebeuren? De vervoerders horen dit ongetwijfeld lachend aan.

niet belangrijk

En weer lijkt Van Heijst te trappen in de val die hij begin vorig jaar voor zichzelf opzette. Ook toen hield hij een presentatie voor de regionale bestuurders (omdat dat nu eenmaal moet: het ministerie schermt in de communicatie met de Tweede Kamer steeds ermee dat alles "in overleg met de regio" gebeurt), maar hij weigerde vervolgens pertinent de bevolking dezelfde voorlichting te verstrekken. Tot er Tweede Kamerleden begonnen te morren en hij alsnog, met maanden vertraging, in Bathmen een soortgelijke presentatie moest gaan houden.
Terwijl er in alle 'voorlichting' vanuit het ministerie en ProRail geroemd wordt over de openheid naar de bevolking en de 'transparantie', zei Van Heijst dat "politieke verwarring" en bezuinigingen lastig zijn voor de bevolking, maar dat hij er niet aan denkt om de informatie die hij heeft nu met de bevolking te delen. Het zal later dit jaar wel een keer duidelijk worden; er wordt nu niet over gecommuniceerd.

U bent niet belangrijk genoeg voor meneer Van Heijst.

ProRail - Communicatie met de burgersAanwezigen bij de presentatie, waaronder Rona, waren niet onder de indruk van het feitelijk gehalte van het verhaal van Van Heijst. Het leek toch vooral bedoeld als ritueel 'communicatie met de regio'. Wat er wel aan informatie gegeven werd, stemde de Statenleden voornamelijk zorgelijk. In niets lijkt de leider zijn project te willen bijstellen naar aanleiding van de gebleken onjuistheid van prognoses en aannames, zorg en verzet onder de bevolking, het politieke verzet en de overbodigheid van de plannen vanwege alternatieven. Hoewel de GON-plannen (net als alle andere spoorplannen) afhankelijk zijn van de inhoud van de in het najaar op verzoek van de Tweede Kamer door de minister te formuleren Lange-Termijn-Spooragenda (LTSA), lijkt hij er zeker van dat de GON-plannen gewoon zullen doorgaan. De Rotterdamse havenlobby zal daar uiteraard ook alles aan doen.
Ministerie - Uw zorgen zijn onze zorgenOok is er een relatie met het in Duitsland aanleggen van het verlengde van de voor vele miljarden aangelegde Betuweroute. Dat zal nu - met vele jaren vertraging - in 2027 klaar zijn. Maar Van Heijst wil van geen verband tussen GON en Betuweroute weten. Logisch, vanuit planningsperspectief: de realisatie van de GON-plannen is door de bezuinigingen opgeschoven naar 2028. En kijk: een jaar eerder kunnen die goederentreinen, zonder bij Elst af te buigen over het GON-traject, gewoon rechtdoor rijden: rechtstreeks Duitsland in. Maar daarvan kijkt Van Heijst nu liever even weg.

MER "bijna klaar"

Het had er alle schijn van dat de presentatie bedoeld was om de aanwezige Statenleden binnen de boot te houden, niet in het minst ook door wat verwarring te stichten, en intussen de plannenmakers zoveel mogelijk vrijheid te laten houden om onder het voor hen nu ongunstige gesternte toch hun eigen gang te kunnen gaan. En kijk, Tweede Kamerleden: we hebben weer overleg gevoerd met de regio.
Ook de parlementariërs worden met regelmaat op het verkeerde been gezet. De reputatie van I&M en ProRail als betrouwbare informatieverstrekkers kan overigens momenteel niet slechter, zoals uit een stapel hoofdpijndossiers in de Tweede Kamer blijkt. Onlangs heeft de Kamer nog te horen gekregen dat de lopende m.e.r.-procedure (het ministerie maakt een MER-rapport, dat daarna ter inzage komt voor de betrokkenen) met maar liefst een kwartaal vertraagd is. Maar nu blijkt het rapport toch ineens "bijna klaar". Inmiddels zijn al drie van de te onderzoeken vier varianten door de tijd ingehaald, vandaar misschien?

De MER voor het GON-tracé wordt door het ministerie van I&M geschreven, op basis van een notitie van uitgangspunten, waartegen een jaar geleden al veel verzet is gerezen. In de MER worden drie scenario's vergeleken: 0, 1 of 2 extra treinpaden (=goederentreinen) per uur. Zinloos wat het laatste scenario betreft, want de minister zelf heeft vorige zomer al laten weten dat er gezien de miskleunen in de gehanteerde prognoses van twee extra treinpaden per uur geen sprake meer kan zijn. Dit lijkt echter een loos gebaar, zeker nu Van Heijst nog steeds lijkt vast te houden aan de oorspronkelijke opzet van de m.e.r.-studie, en ook aan de verzamelde Statenleden op 27 februari geen inzage wilde geven in de feitelijke gevolgen van het schrappen van het tweede extra treinpad en de 300 miljoen euro besparing die dat zou moeten opleveren.
De (deels dus achterhaalde) MER ligt nu volgens de planning van 21 mei tot 7 juli ter inzage. Tot dan hult het ministerie zich naar de bevolking toe nog in stilzwijgen. Binnen deze periode kunt u dan reageren op de MER. Ook de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. zal dan haar (wettelijk verplichte) definitieve oordeel over de plannen vellen, nadat eerder een voorlopige reactie al uiterst kritisch was. Naar aanleiding van de inspraak laat de minister in het najaar een Reactienota opstellen, waarin ze moet reageren op de insprekers en haar besluit over het GON-tracé zal uiteenzetten.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de minister een beslissing zal nemen zolang de LTSA nog niet in het parlement besproken en vastgelegd is. Dat zal niet voor de laatste maanden van 2013 zijn.
Maar: niets is onmogelijk in GON-land. Daar zorgt ir. Van Heijst dan wel weer voor.